Direct naar contentTerug naar homepage

Ismail Aghzanay (28) geeft Engels op het Designcollege in Rotterdam. In 2018 werd hij gekozen tot Rotterdams Leerkracht van het Jaar.

Zelf heb ik een vrij pittige schooltijd gehad. Aanvankelijk wilde ik profvoetballer worden, ik speelde in de jeugd bij Feyenoord, maar was erg druk en soms moeilijk handelbaar. Toen een jeugdtrainer me op de bank zette, zei hij: ‘Je hebt je eigen glazen ingegooid.’ Dat spreekwoord kende ik niet en ik dacht dat ik iets kapotgemaakt had.

Als kind wil je gezien worden. Vaak kreeg ik van leraren te horen dat ze geen tijd hadden. Wie geen aandacht krijgt op een positieve manier, gaat het soms zoeken in het negatieve. Dat deed ik. Ik gooide tafels om, duwde met stoelen. Later heb ik daar veel spijt van gehad, maar het was niet anders. Mijn ouders zeiden tegen me: je hebt respect voor docenten. Leraren zijn je tweede ouders.

Ik werd naar het speciaal onderwijs gestuurd, waar ik om me heen veel talent en potentie zag, die er soms niet uitkwamen. Er was een vak waarin dramalessen werden gegeven, waarbij een docente eens zei tegen mij: ‘je bent goed, je moet hier iets mee doen.’ Een eye-opener. Het was fijn om iets positiefs te horen, daar werd ik enthousiast van. Op een dag zei een andere docent: waarom word je geen leraar? Met toch wat argwaan ben ik naar een Open dag gegaan en daarna nam ik de beste beslissing uit mijn leven door een lerarenopleiding te gaan volgen.

Echt tot inzicht kwam ik toen ik voor het eerst stage liep en daadwerkelijk contact kreeg met leerlingen. Dát was het moment. Al die kleine Ismails die ik op die school zag. Ik zag glimlachjes. Ik zag emoties. Ik zag het zoeken naar zekerheid. Alles wat een kind een kind maakt. Ik merkte wat het met leerlingen deed als ze complimenten kregen. Ik dacht: dit is het effect dat ík kan hebben. Dit is het voor mij.

Nu ik zelf docent ben, weet ik dat elke scholier een andere benadering nodig heeft en ook iets anders vraagt. Aandacht. Betrokkenheid. Genegenheid. Positiviteit. Elk kind loopt met dingen. Iedereen heeft iets aan zijn hoofd. Ik wil van toegevoegde waarde zijn. Al mijn leerlingen probeer ik aandacht te geven op een tijd dat ze die nodig hebben, want alle kinderen hebben recht op een docent. Een leraar die in ze gelooft en die ze ziet staan voor wie ze zijn. Dat vraagt energie, maar dat is de meest waardevolle energie die ik ooit in mijn leven heb gevoeld.

Kinderen prikken door nepheid heen en ze voelen oprechtheid. Kinderen zijn zo eerlijk. Ik had een leerling genaamd Naoufal, net als ik een erg drukke scholier. Ik ben me met hem gaan bezighouden, zoals ik met al mijn leerlingen doe. Nu, jaren later, heeft hij ervoor gekozen om zelf ook leraar te worden en geeft hij inmiddels een dag per week les op mijn school. Dat raakt me zeer. Naoufal zei onlangs tegen mij: ‘U liet me inzien hoe mooi het vak is.’ Nou, toen had ik het even zwaar.

Meer verhalen uit het onderwijs

Werken in het onderwijs. De baan van het leven.